Research  

Faculty of Humanities  Faculty of Economics and Business Administration  

Spinlab  

  • Mapping the Via Appia

    • Research
    • Spinlab

    Some historical maps for the mapping the Via Appia project.

    This will be updated in a later stage.

     

    mappingtheviaappia.nl/4dgis

  • Map of Monasteries: Dutch medieval monasteries on the map

    • Research
    • Faculty of Humanities

    This Map of Monasteries is based on the Census ‘Medieval Monasteries in the Netherlands’ which has been compiled at the Vrije Universiteit Amsterdam. The map is interactive: the situation is shown as it was in a year of choice, and it is possible to present the data according to a specific selection of monastic orders. The option of a specific year is done with the aid of the gliding scale at the bottom of the map or by entering a year in the window at the top. The orders are visible as layers on the map. Each order follows a monastic rule, mostly supplemented by a set of constitutions regulating the life of the members of the order. The number of ecclesiastically approved rules is small: therefore the orders are grouped according to these rules, each of which has received a colour of its own. Within these groups, the variety of orders is indicated by the use of icons. The orders become visible by clicking the legend. A click on the symbol of an individual monastery shows the corresponding record of the Census.

    Fullscreen

    Explanation

    The Census which is at the basis of the Map contains elementary data on each of the 700-odd monasteries and comparable institutions which existed in the Netherlands during the Middle Ages. The Census has been composed in the Faculty of Humanities (formerly: Faculty of Arts) of the Vrije Universiteit and may be consulted as a separate database: http://www2.fgw.vu.nl/oz/kloosterlijst/. Prof. dr. Koen Goudriaan was responsible for its content; the ICT was done by drs. Ben Stuyvenberg. The original version of the Census was launched in 2008; since that moment several updates have taken place. At this moment work is in progress in order to systematically insert data on archaeological findings in the database. The Census consists of several subsets of data and is preceded by an ample Introduction. The main database in the Census contains articles (records) on each of the over 700 monastic institutions in the medieval Netherlands. Inasmuch as traces of these monasteries are visible in the public realm, photos have been added..

    Colophon

    This Map has been devised by the University Library of the Vrije Universiteit, department of Geoplaza, under the direction of drs. Lida Ruitinga, Curator Maps and Atlases; the programming and design was done by Peter Vos. The map replaces the map of monasteries published by S. Muller Hzn a.o. in 1921-23 in the Geschiedkundige Atlas van Nederland by A.A. Beekman. In 1941-42 the Monasticon Batavum by M. Schoengen, P.C. Boeren and D. de Kok was published, which comprises a complete survey of medieval monasteries of the Netherlands but without accompanying map. Since that moment research has been continued. The most important publications with respect to each monastery are referred to in the Census; they have also been taken account of in the Map. In addition, the urban maps made by Jacob van Deventer around 1560 (modern edition by C. Koeman and J.C. Visser, 1992-2001) have systematically been consulted. For the northern provinces recourse was possible to the HISGIS website of the Fryske Akademy at Leeuwarden. The map ‘Kloosters omstreeks 1300’ [monasteries around 1300] in Bosatlas van de Geschiedenis van Nederland is based on the data in P. de Nijs & H. Kroeze (red.), De Middeleeuwse kloostergeschiedenis van de Nederlanden (2008-2011), for which recent research could not systematically be consulted..

    Plans

    The plan has been conceived to systematically insert the seventy collegiate churches existing in the Netherlands during the Middle Ages.

     

    Cartographic Resources:

    • De kerkelijke indeeling omstreeks 1550 tevens kloosterkaart / S. Muller Hzn., J.G.S. Joosting, J.S. van Veen en A.A. Beekman. In: Geschiedkundige atlas van Nederland. Eerste Deel. Begin – 1561.
      ’s-Gravenhage : Nijhoff, 1920.
      UBVU LA.08744gk: 162 en LK.11862gk: (mag) 162
    • De stadsplattegronden van Jacob van Deventer / [voorw.] C. Koeman ; [inl.] J.C. Visser ; [eindred.: P.C.J. van der Krogt]. - Landsmeer : Robas, 1992-2001. - 12 dl.
      UBVU LK.10466gk: 162.s.
    • Kloosters in laat-middeleeuws Nederland. Kaart 23 in: Atlas van de Nederlandse beschaving / J.J.M. Timmers. – Amsterdam [etc.] : Elsevier, 1957.
    • Kloosters omstreeks 1300. In: De Bosatlas van de geschiedenis van Nederland / [red. en cartografisch ontwerp: Noordhoff Atlasproducties]. - Groningen : Noordhoff Atlasproducties, 2011.
      UBVU LK.11933gk: 162.
    • Website:
      HISGIS : http://www.hisgis.nl/hisgis/gewesten/fryslan
  • Kloosterkaart: Nederlandse middeleeuwse kloosters in kaart gebracht

    • Research
    • Faculty of Humanities

    Deze Kloosterkaart is gebaseerd op de Kloosterlijst, die eveneens aan de VU is vervaardigd. De kaart is interactief, in die zin dat de situatie wordt weergegeven in een jaar van keuze en dat een selectie van kloosterorden kan worden samengesteld. De keuze voor een jaar wordt gedaan met de tijdschuif onderaan of door in het venster bovenaan de kaart een jaartal in te geven. De kloosterorden zijn als kaartlagen (layers) te zien. Elke kloosterorde volgt een bepaalde regel, meestal aangevuld met een set aan constituties (een reglement) waaraan de leden van de orde zich moesten houden. Het aantal kloosterregels is gering: daarom zijn de orden gegroepeerd naar regels die elk een eigen kleur hebben. Daarbinnen wordt de variëteit aan orden weergegeven door het gebruik van icoontjes.  De kloosterordes met hun symbolen worden zichtbaar door de legenda aan te klikken. Een klik op het symbool van een individueel klooster toont het bijbehorende record uit de Kloosterlijst, vaak met foto.

    Fullscreen

    Toelichting

    De Kloosterlijst die aan de Kloosterkaart ten grondslag ligt, bevat basisgegevens over alle middeleeuwse kloosters in Nederland. Hij is vervaardigd binnen de Faculteit der Geesteswetenschappen (toen nog: Faculteit der Letteren) en is raadpleegbaar als zelfstandige website: http://www2.fgw.vu.nl/oz/kloosterlijst/. De inhoudelijke verantwoordelijkheid voor de site ligt bij prof. dr. Koen Goudriaan; voor de ICT tekent drs. Ben Stuyvenberg. In oorspronkelijke vorm werd deze site in 2008 gelanceerd; sindsdien zijn met regelmaat verbeterde versies uitgebracht. Op dit moment wordt gewerkt aan de invoeging van sleutelgegevens over archeologisch onderzoek dat in de kloosters heeft plaatsgevonden. De website bestaat uit meerdere componenten en is van een ruime inleiding voorzien. Het kernbestand van deze website wordt gevormd door de artikelen over de afzonderlijke kloosters (ruim 700). Aan deze artikelen zin foto’s toegevoegd voorzover er in de openbare ruimte nog zichtbare herinneringen zijn.

    Werkwijze/verantwoording

    Deze Kloosterkaart is gemaakt door de UBVU afdeling Geoplaza onder regie van conservator Kaarten en Atlassen drs. Lida Ruitinga; het programmeerwerk en ontwerp zijn gedaan door Peter Vos. De kaart komt in de plaats van de kloosterkaart die door S. Muller Hzn e.a. in 1921-1923 is gepubliceerd in de Geschiedkundige Atlas van Nederland van A.A. Beekman. In 1941-1942 verscheen het Monasticon Batavum van M. Schoengen, P.C. Boeren en D. de Kok, een vlakdekkend overzicht van alle kloosters in ons land, maar zonder bijbehorende kaart. Sindsdien heeft het onderzoek niet stilgestaan. De belangrijkste publicaties per klooster worden genoemd in de Kloosterlijst; ze zijn ook zo goed mogelijk verwerkt in deze Kloosterkaart. Er is verder systematisch rekening gehouden met de stadsplattegronden van Jacob van Deventer uit circa 1560 (moderne editie door C. Koeman en J.C. Visser, 1992-2001). Voor de noordelijke provincies kon worden teruggevallen op de HISGIS site van de Fryske Akademy in Leeuwarden. De kaart ‘Kloosters omstreeks 1300’ in De Bosatlas van de Geschiedenis van Nederland berust op de gegevens in P. de Nijs & H. Kroeze (red.), De Middeleeuwse kloostergeschiedenis van de Nederlanden (2008-2011), waarin het recente onderzoek niet systematisch is verwerkt.

    Vervolgplannen

    Er bestaan plannen om ook de ongeveer zeventig ‘seculiere kapittels’ in ons land op te nemen: colleges van geestelijken die aan belangrijke kerken waren verbonden maar niet de kloostergeloften hadden afgelegd.

     

    Cartografische bronnen:

    • De kerkelijke indeeling omstreeks 1550 tevens kloosterkaart / S. Muller Hzn., J.G.S. Joosting, J.S. van Veen en A.A. Beekman. In: Geschiedkundige atlas van Nederland. Eerste Deel. Begin – 1561.
      ’s-Gravenhage : Nijhoff, 1920.
      UBVU LA.08744gk: 162 en LK.11862gk: (mag) 162
    • De stadsplattegronden van Jacob van Deventer / [voorw.] C. Koeman ; [inl.] J.C. Visser ; [eindred.: P.C.J. van der Krogt]. - Landsmeer : Robas, 1992-2001. - 12 dl.
      UBVU LK.10466gk: 162.s.
    • Kloosters in laat-middeleeuws Nederland. Kaart 23 in: Atlas van de Nederlandse beschaving / J.J.M. Timmers. – Amsterdam [etc.] : Elsevier, 1957.
    • Kloosters omstreeks 1300. In: De Bosatlas van de geschiedenis van Nederland / [red. en cartografisch ontwerp: Noordhoff Atlasproducties]. - Groningen : Noordhoff Atlasproducties, 2011.
      UBVU LK.11933gk: 162.
    • Website:
      HISGIS : http://www.hisgis.nl/hisgis/gewesten/fryslan
  • Economische Waardering van Erfgoed

    • Research
    • Faculty of Economics and Business Administration

    Economische waardering van Erfgoed

    In de afgelopen jaren is door de afdeling Ruimtelijk Economie van de Vrije Universiteit Amsterdam veel onderzoek verricht naar economische waardering van erfgoed. Het onderzoek was er op gericht om de maatschappelijke baten van dat erfgoed – die in tegenstelling tot de kosten van onderhoud, restauratie, enzovoorts niet direct zichtbaar zijn – voor het voetlicht te brengen. Het onderzoek werd uitgevoerd onder leiding van prof. dr. Jan Rouwendal; die er zijn inaugurale rede aan wijdde. 

    Het onderzoek is uitgevoerd in nauwe samenwerking met Platform 31 (http://www.platform31.nl/), de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, http://www.cultureelerfgoed.nl/) en de gemeenten Dordrecht, Haarlem, Helmond en Zaanstad. De activiteiten hebben plaatsgevonden in onder de vlag van het interdisciplinaire onderzoeksinstituut CLUE (http://www.clue.nu/). 

    Enkele foto´s van het historisch centrum van Amsterdam (gemaakt door Maurice de Kleijn)

     

    In het onderzoek naar de economische waardering van erfgoed zijn een viertal subthema´s geformuleerd:

     

    1. Locatiegedrag van huishoudens

    Dit subthema houdt zich bezig met de impact van cultureel erfgoed op de locatiekeuze van huishoudens.  Cultureel erfgoed is één van de voorzieningen die de buurt aantrekkelijk maakt voor (potentiële) inwoners. Als huishoudens zich graag vestigen in de buurt van cultureel erfgoed, betekent dit dat er een hogere vraag is naar woningen in gebieden met cultureel erfgoed. Een hogere vraag resulteert – ceteris paribus – in een hogere woningprijs. Dit subthema richt zich dan ook op de vraag in hoeverre cultureel erfgoed de verschillende woningprijzen tussen locaties verklaard. Met name zijn wij geïnteresseerd in welke typen huishoudens meer bereid zijn te betalen voor woningen in de buurt van cultureel erfgoed. Marlet & Poort (2005) beweren dat de aanwezigheid van cultureel erfgoed hoogopgeleide huishoudens aantrekt. Bovendien, locaties waar hoogopgeleiden wonen trekken meer bedrijven aan en doen het economisch beter dan andere locaties (Florida, 2002; Marlet & van Woerkens, 2005). Met behulp van econometrische technieken schatten wij de betalingsbereidheid van verschillende typen huishoudens op verschillende soorten van cultureel erfgoed.

    Het onderzoek maakt gebruik van een econometrisch model die in de internationale economische literatuur steeds meer bekendheid krijgt (Bayer, McMillan en Rueben, 2004; Kuminoff, Smith en Timmins, 2010; van Duijn en Rouwendal, 2012a). Het ‘Equilibrium Sorting Model’ is het werkpaard van dit onderzoek. De input is de informatie over huishoudens, de locatie van elk huishouden en gegevens over de locaties. Het begrip locatie is hier heel flexibel, aangezien dit betrekking kan hebben tot een buurt, wijk, gemeente of een bepaald type woning. In de resultaten  richten wij ons op alle Nederlandse gemeenten. Dat wil zeggen dat wij informatie hebben over het cultureel erfgoed per gemeente, gegevens over de gestandaardiseerde, oftewel vergelijkbare, woningprijzen per gemeente en vele andere karakteristieken van de gemeente die locatiekeuze beïnvloeden. Al deze informatie wordt in het model gecombineerd en dat resulteert in de betalingsbereidheid van verschillende typen huishoudens voor allerlei gemeentekarakteristieken. We maken daarbij expliciet onderscheid tussen de betalingsbereidheid voor cultureel erfgoed in de eigen gemeente en de betalingsbereidheid voor cultureel erfgoed in omliggende gemeenten. Doordat het model een structureel model is, mogen we er van uitgaan dat de parameters niet veranderen als gevolg van beleid. Dat betekent dat we beleidsveranderingen kunnen simuleren met het model, en zo een indruk kunnen krijgen van de effecten van zo’n verandering. Zo kunnen we bijvoorbeeld een schatting maken van de verandering in de prijs van woningen in een gemeente als de kenmerken van die gemeente veranderen. Op deze manier kunnen we aan allerlei (beleids)knoppen draaien en een schatting maken van de consequenties. Gezien het cultureel erfgoed centraal staat, zullen wij ons hier voornamelijk op richten.

     

    2. Vastgoedwaarden

    Dit subthema houdt zich bezig met de impact van cultureel erfgoed op de vastgoedwaarden. De waarde van vastgoed bestaat uit vele determinanten, zoals de karakteristieken, locatie, preferenties van huishoudens, et cetera. De impact van deze determinanten zijn vaak niet constant over de tijd maar veranderen door schokken in de economie, door veranderingen in preferenties van huishoudens, en dergelijke. In de literatuur wordt steeds meer aandacht besteed aan de kwaliteit van de buurt waarin het vastgoedobject zich bevindt, bijvoorbeeld de aanwezigheid van stedelijke voorzieningen. Deze kunnen een substantieel effect hebben op de waarde van het vastgoed (zie bijvoorbeeld, Navrud & Ready, 2002; Snowball, 2008). Cultureel erfgoed is een determinant waar het onderzoek zich op richt. We zijn in dit subthema geinteresseerd naar de vraag wat de contributie is van cultureel erfgoed op de waarde van het vastgoed in Nederlandse steden. Door de aanwezigheid van cultureel erfgoed mee te nemen in het kwantitatieve onderzoek, is het mogelijk om de waarde van het cultureel erfgoed ten opzicht van de vastgoedwaarde te schatten. Op deze manier is het mogelijk om de sociale baten te analyseren met betrekking op cultureel erfgoed.

     

    3. Locatiegedrag van bedrijven            

    Steden die op het terrein van de creatieve sector en de kenniseconomie een belangrijke rol willen spelen dienen er in de eerste plaats voor te zorgen dat ze een aantrekkelijke locatie zijn voor werkers in deze sectoren. De woonvoorkeuren van deze werkers verdienen daarom aandacht. De beleidsvraag is in welke mate het versterken van cultureel erfgoed in een stedelijk gebied kan helpen om werkers in de creatieve sector naar een stad te lokken en degenen die daar al wonen aan een stad te binden (Franke et al., 2005). Daarnaast staat centraal dat bedrijven uit de creatieve industrie mogelijk aangetrokken worden door cultureel erfgoed en bijvoorbeeld een belangrijke gebruiker kunnen zijn van panden op verouderde bedrijventerreinen. 

    • Dit onderzoek richt zich op de volgende onderzoeksvragen:
    • Wat zijn de locatiepatronen van de creatieve industrieën en bedrijven in een selectie van stedelijke gebieden of delen daarvan?
    • Welke ruimtelijke gebiedskwaliteiten zijn economisch, sociaal, technologisch en cultureel aantrekkelijk voor creatieve bedrijven en talent?
    • Vergroot cultuur daadwerkelijk de vestigingsaantrekkelijkheid (e.g. essentiële ontmoetingsplaatsen waar kennisuitwisseling plaatsvindt) voor creatieve bedrijven in regio’s en steden?
    • Is er een samenhang tussen locatiepatronen van creatieve bedrijven met dimensies van cultureel erfgoed in een selectie van steden?
    • Zijn er verschillen in het cultureel aanbod en erfgoed tussen regio’s en steden samenhangend met verschillen in vestigings-, werkgelegenheids- en inkomensgroeicijfers?
    • Zijn er locatieveranderingen van creatieve bedrijven in een selectie van stedelijke gebieden of delen daarvan ( e.g. vanwege agglomeration economies)?
    • Zijn er veranderingen in de clustervorming van creatieve bedrijven in een selectie van stedelijke gebieden of delen daarvan na maatregelen die van invloed waren op de kwaliteit van cultureel erfgoed (e.g. herontwikkeling van oude industriële terreinen, nieuwe bedrijvigheid in de oude stadscentra en nieuwe werkgelegenheid)?

     

    4. Toerisme

    Cultureel erfgoed en toerisme zijn nauw verbonden. Historische binnensteden worden gezien als belangrijke trekkers in het toeristisch aanbod aan bezoekers van bepaalde gebieden. Onderzoek naar de economische neerslag van toerisme is cruciaal om inzicht te krijgen in wat bezoekers waarderen op een bestemming. De belangrijkste vraagstelling in dit onderzoek is: ‘Wat is het belang van cultureel erfgoed voor de toerist?’ Op basis van data over recreatiegedrag in Nederland wordt de rol van erfgoed bestudeerd. Van belang is te weten te komen wat de economische neerslag is van deze vorm van toerisme, zowel op stedelijk als nationaal niveau. We beschrijven het vakantiegedrag van Nederlanders, de vakantiebestemmingskeuzes en de dagrecreatiebestemmingskeuzes binnen Nederland, en de rol van het op de bestemming aanwezige cultureel erfgoed. Welke rol speelt cultureel erfgoed bij het maken van beslissingen over een vakantie? Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan beslissingen over bestemming, besteding, activiteiten, en groepsgrootte. Naast de bezoeken met een overnachting, worden ook dagtrips onderzocht. Uit ons onderzoek blijkt dat cultureel erfgoed een positieve rol speelt bij de bestemmingskeuze van een toerist. En dat bezoekers bereid zijn om verder te reizen voor bestemmingen waar (meer) erfgoed aanwezig is. 

     

    Hieronder treft u een interactieve kaart met een selectie van de onderzoeksresultaten: